Artikelen uit 't Blaatje

Het belang van onbelangrijk contact

pexels-cottonbro-5990160

12 november 2020

Contact. Het zal jullie vast niet zijn ontgaan, aan de mate en vorm ervan is het afgelopen jaar nogal veel veranderd. Sinds COVID-19 en de bijbehorende maatregelen ook Nederland hebben bereikt, hebben we in de eerste plaats minder contact, gebeurt dit vaker online dan face-to-face en wanneer we contact hebben, is dit vaak met dezelfde mensen. In deze tijden waarin we thuis studeren en werken is er geen ruimte voor een praatje tijdens de (koffie)pauze of voor een vraag over hoe je een bepaald commando ook al weer moet runnen in SPSS.

De sporadische GWS-activiteiten in het nieuwe collegejaar voelden bijna nostalgisch aan. Na een lange tijd zie je personen die je voorheen iedere dag languit op de bank of achter een pc in Spinoza zag liggen. Mensen waarmee je dagelijks op de universiteit een gesprek aanknoopt, maar verder thuis eigenlijk nooit mee zou afspreken. De tweede golf is alweer over zijn piek heen, de horeca nog steeds gesloten, amateursport ligt grotendeels aan banden en het maximale groepsaantal heeft eigenlijk niets met een groep te maken. We lijken net als voor 1 juni weer aangewezen op (vaak online) contact met onze directe vrienden en/of familie.

Zonder uitleg, die hieronder zal volgen, lijkt het op het eerste oog alsof ik een hekel heb aan (contact met) vrienden en familie, maar dat is natuurlijk absoluut niet het geval. Wat wel het geval is, is dat dit contact, zeker na al ruim acht maanden coronamaatregelen, helaas wel van mindere waarde wordt. Het goed kennen van je vrienden maakt het leuk om ze vaak te zien. Dat je ze vaak ziet zorgt er helaas ook voor dat de gespreksstof op een gegeven moment opraakt, zeker omdat deze al behoorlijk schaars is. Er is momenteel simpelweg niks te beleven en daardoor is de kans op het horen van een grappige anekdote die je nog niet hebt gehoord enorm klein.

Niet alleen de frequentie, maar ook de stof is van andere aard dan die van het gemiddelde gesprek in bijvoorbeeld de GWS-kamer. Het zal mij een zorg zijn of en waar het Songfestival doorgaat en in welke vorm, of wie Expeditie Robinson heeft gewonnen, maar toch hunker ik ernaar om het weer eens over dit soort onderwerpen te hebben. Niet dat ik erover mee kan praten, maar goed. Dan maar horen of iemand liever wit of bruin brood heeft, melk of pure hagelslag erop doet en hoe dik precies de laag boter is waaraan de chocolade vastplakt. Ik weet niet of ik het hier later nog mee eens ben, maar ik mis zelfs de slechte muziek die net iets te vaak te horen is in de GWS-kamer. Begrijp me niet verkeerd, ik weet zeer goed dat ik daar zelf ook regelmatig aan schuldig ben geweest.

Het is de eentonigheid van contact en de vorm ervan die voor verveling zorgt. Vaak werkt het ook dubbelop: overdag zit je de hele dag alleen achter je laptop, waardoor je in de avond hunkert naar contact en met vrienden afspreekt, die je echter al ‘genoeg’ hebt gezien de afgelopen periode. Je trekt toch maar weer samen een biertje open en speelt een potje kaarten, hoe vaak je dit ook al hebt gedaan de weken en maanden ervoor. Hetzelfde kan gebeuren in een relatie, waarin je ook wel eens toe bent aan het gepraat van een studiegenoot of collega in plaats van je vriend(in), zeker als je samenwoont. Hoe belangrijk je meest dierbare naasten ook zijn, ‘onbelangrijk’ contact kan het leven en je kijk erop zoveel luchtiger maken, hoe simpel een gesprek en het onderwerp ook is. Het werkt verfrissend en fleurt je daardoor op. Een, althans voor mijzelf, belangrijke zaak om in het achterhoofd te houden, zeker in het verklaren van nare gevoelens en gedachtes op sommige momenten of periodes. Helaas zal dit probleem zich de komende maanden nog voordoen, maar wellicht waarderen we het contact dat voorheen vanzelfsprekend was hierna extra. Dat zou mooi zijn.

Luc Huiskamp